Maandag, 15 maart 2010
Soms vergeet je wat voor mooie muziek The Alan Parsons Project in de tijd dat ze bestonden op de wereld heeft gezet. Compleet tijdloos. Het nummer dat ik nu luister (‘Closer to heaven’ van de prachtplaat Gaudi) is alweer 25 jaar oud en klinkt alsof het gisteren was opgenomen. Een tiener was ik, toen ik ‘m voor het eerst hoorde. Jeugdvriend R. en ik hielden het stuk vinyl dat we van de plaatselijke fonotheek hadden gehaald in onze handen alsof we zojuist een schat uit de tombe van Toetanchamon hadden gehaald. Een, voor onze begrippen, hele tijd hadden we erop moeten wachten. Het openingsnummer, La Sagrada Familia, had ik al eerder op de LP- en CD show van Wim van Putten gehoord en vastgelegd op een cassettebandje. Met gedempt licht hadden we daar samen naar geluisterd in mijn slaapkamer en voor onszelf vastgesteld dat ons weer een waar meesterwerk te wachten stond. Toen de naald het vinyl raakte een paar weken later en de openingsgalm van kerkklokken ons via de speaker tegemoet kwam wisten we dat we in onze aanname gelijk hadden gehad. Dit was er weer eentje om in te lijsten.
Gaudi bleek de laatste plaat die het collectief nog samen zou maken. Of in ieder geval onder de banner van APP, want de LP Freudiana die daarna kwam stond nog wel onder auspiciën van beide heren en was alleen in naam geen produkt van de Project. Maar daarna was de koek op en gingen beide heren, Alan Parsons en Eric Woolfson, ieder hun weg. Nooit meer zouden ze dezelfde hoogtes bereiken.
Eric Woolfson is inmiddels niet meer en het is dan ook een stem vanuit het graf die me vanavond toezingt. Ik heb kippenvel als ik de tekst luister en de delicate manier waarop de muziek wordt vertolkt. De produktie is glashelder en geeft ruimte aan de diepte, de rijkwijdte en de emotie van het nummer en ik word me in het klein bewust van al die jaren die voorbij zijn gegaan sinds ik voor het laatst naar deze CD heb geluisterd. Zoveel andere muziek die voorbijkwam terwijl er toch ergens altijd wel het besef was dat deze muziek zo uniek in z’n soort was dat ze vroeg of laat toch wel weer een keer op zou duiken. En die keer blijkt vanavond. Ik steek een theelichtje aan voor zij die haar schiepen en voor het verlies van die ene man die in het dagelijks leven een geharde zakenman was, maar die zijn ziel en zaligheid stopte in de muziek die hij schreef als hij geen handel dreef: Eric Woolfson. Moge zijn ziel vrede hebben gevonden en zijn muziek voortleven zoals goede muziek dat altijd zal blijven doen. Een kado aan de wereld en de generaties die zijn en komen gaan.
Een maand is verstreken sinds mijn laatste blog en het lijkt alsof dit blijkbaar het interval is dat me nu past. Ik dacht er wel eerder aan weer iets te schrijven, maar de woorden bleken onvoldoende en al eerder gesproken. Niet tegen het papier maar tegen de mensen om me heen en B. in het bijzonder. Ze volgt me bij de stappen die ik zet en moedigt me aan die kanten op te gaan waarvan ze meent dat ik er dien te zijn. Niet vanuit haar eigen wensen maar vanuit de wensen die ze in mij herkent. Sommige daarvan heb ik niet eerder tegen mezelf durven uitspreken en anderen had ik niet eens bij mezelf herkend. Zoals afgelopen zondag toen we aan het winkelen waren in Den Haag en zij maar met kleding bleef sjouwen terwijl ik onrustig wachtte in het pashokje. Kleding die ik voorheen niet zou hebben aangeschaft maar die me wonderwel erg goed staat als ik ze aan mijn lijf in de spiegel ontwaar. Shirts die maken dat mijn borstpartij beter uitkomt waardoor ik ineens iets zie van de mannelijkheid die mijn uitstraling eigen lijkt te kenmerken volgens velen de laatste tijd. Iets wat ik niet eerder kon of wilde zien. Ik zie de contouren van mijn lijf in de spiegel en zie dat het eigenlijk, met uitzondering van de recente welwaartsbuik, een afgetrainde vorm heeft. Mijn wervelkolom kromt trots, mijn borst staat vooruit, mijn kont pronkt fier. Alleen mijn gezicht heeft een wat begeesterde uitdrukking die grenst aan iets wat ik “verlegenheid” of “onzekerheid” zou kunnen noemen. Een uitdrukking die uiting geeft aan het laatste beetje ontkenning in mijzelf. Het laatste beetje weerstand.
B. zegt dat ik een creatieveling ben die zichzelf heeft verhuld. Dat mijn kleding slechts spaarzaam weergeeft wie ik ben. Dat ik mezelf mijn ware ik ontzeg als ik er niet op een meer naturelle manier mee omga. En dat betekent dus voeding geven aan mijn creativiteit, schrijven, muziek maken, culturele dingen doen en die vonken opzoeken die mijn hart in lichterlaaie zetten. En, ja, het is waar: ik begeef me in een meer creatief vervulde omgeving de laatste tijd. Er gaat geen weekend voorbij of zij en ik zitten in het theater of voeden onze zielen met ander creatiefs. Zij pelt langzaam maar zeker de lagen om mij heen weg en ik ontdek stukje bij beetje, steeds meer, welk een kostbare diamant zich in mijn armen nestelt als we ’s avonds samen gaan slapen. Ontroerd had ik me gevoeld toen ik naar haar keek of toen ik alleen in haar flat was terwijl zij op pad was met een vriendin. Deze vrouw, zo klein van stuk en met zo’n heftige levenswandel, heeft een puurheid in zich bewaard die me diep raakt als ik haar van een afstand bekijk. Een puurheid die me soms bang maakt omdat ze dichtbij komt. En zoals zij mij opent, open ik haar. Brengen we onszelf in elkaar naar boven. Is het soms bijna alsof we ontwaken uit een hele lange winterslaap en we de eerste lente samen als jonge, onschuldige kinderen begroeten.
Dit moet liefde zijn.
Het boek gaat verder en laatstelijk is er weer een rits brieven de deur uitgegaan die mijn rentree in het arbeidsproces moet bewerkstelligen. Op het merendeel kwam de gebruikelijke afwijzing, maar voor de meest belangrijke kreeg ik wel een uitnodiging voor een gesprek: Muziekcentrum Vredenburgh. Ik heb daar vandaag veel vragen weg te werken. De meest belangrijke van het stel is dat men zich serieus afvraagt of ik niet “te zwaar” ben. Of mijn opgedane ervaringen in het verleden niet zullen maken dat ik na een jaar weer ga lopen. Zoals ik dat deed bij mijn vorige baan. En die daarvoor. En die daarvoor. Ik moet praten als brugman over mijn verlangen te werken bij een kleinere organisatie, dat ik het niet zie als een stap terug en dat ik oprecht van plan ben dit te laten slagen. Dat ik mezelf niet te zwaar voel al leest mijn CV als de natte droom van menig financial. Dat het vinden van een baan als deze juist de reden is dat ik ben weggegaan bij Het Bastion ook al zal ik financieel enorm moeten inleveren. Dat ik gewoon binnen een omgeving als deze, met een produkt als het hunne, aan de slag wil.
Aan het einde van het gesprek heb ik geen idee of ik voldoende overtuigend ben geweest. Mijn best heb ik in ieder geval wel gedaan. De rest, zoals B. zou zeggen, is aan het universum. Woensdagavond hoor ik verder.
De tijd vliegt voorts verder. Mijn vader werd drie weken geleden 75 en gaf een knalfuif waarbij mijn neefjes, nichtjes en ik het leeftijdsgemiddelde van de aanwezigen danig omlaag trokken. Mensen die ik al mijn hele leven ken maar die ik al jaren niet meer had gezien togen voorbij; grijzer en ouder dan de herinnering aan hen mij had doen geloven. En als stralend middelpunt de pater en mater zelf die zichtbaar genoten van hoe goed de organisatie weer was geweest die avond. Met een rijk gevoel afsluitend naderhand met hun kinderen, kleinkinderen en aangetrouwden bij hun zijde. Mijn jongste nichtje had zelfs haar eerste vriendje bij zich. Zo voltrekken zich de jaren; om, in en voorbij mij en hen. Mijn zus wordt binnenkort 50. Twee jaar geleden had niemand dat durven denken. Hooguit hopen. En soms doet hoop inderdaad leven.
Ik had een angstaanjagende ervaring bij het blok van het ITIP over Karma. Een rechtstreeks contact met voorouders uit de familielijn van mijn vader waarvan er eentje erg direct binnenkwam. Een totaal verkeerd gevoel wat kippenvel opriep en een algeheel gevoel van onbehagen. De energie van mijn overgrootvader; ik heb hem nooit gekend. Navraag bij vader later leert dat de man teleurgesteld, bestolen en alleen is gestorven in een armenhuis. In de bloei van zijn leven was hij schatrijk en succesvol geweest. Is hij de man die me komt bezoeken in het nachtelijke uur, met een brandlucht als gezel? Het heeft er alle schijn van. De vraag is alleen waarom? Voor nu houdt het bergkristal wat ik heb opgehangen aan de spijlen van het bed de geur vreemd genoeg op afstand. Hij is er nog wel. Hij bezoekt alleen het bed niet meer.
Wat kom je brengen, onbekende voorouder? Een waarschuwing?
Ik was niet de enige die de geur rook. Ook B. had haar geroken toen ze bij mij sliep en bij haar had het, naast een gevoel van angst, ook een gevoel van intens verdriet opgeroepen. Bijna alsof ze de emoties van de overlevering had weten aan te raken. Maar zeker weten doe ik dat niet. Ik heb geen idee wat het allemaal betekent en of het allemaal wat betekent. Het is er alleen maar en het zal er zijn om een reden. Denk ik.
Soms voel ik dat ik stukjes uit mijn verleden aan het verwerken ben. Eindelijk. Dat ik durf en kan rouwen om relaties die zijn stukgelopen. Dat ik bepaalde verliezen onder ogen durf te zien. Dat ik eigen schuld durf te bekennen waar dat van toepassing is. Alsof ik een draaikolk zit die om vrede vraagt en die ook vrede schenkt. Dat ik eindelijk een soort van basis aan het bereiken ben waarna ik al die jaren op zoek ben geweest. Een gevoel van niet meer zoeken, maar juist het vinden koesteren. Wat dat vinden dan ook mag zijn.
Dat is het sentiment als ik dit vanavond schrijf. Rust. Zin in de nieuwe dag. Nog steeds wel een beetje bang en onzeker op bepaalde fronten, maar ook iets minder bang om mezelf te laten zien.
“Kijk eens, wat is ‘ie prachtig he?”, zegt ITIP-genote I tegen ITIP-genote D als ze naar me kijken terwijl ik met iemand anders in gesprek ben. “Hoe bedoel je dat?”, vraag ik hen omdat ik het niet snap. Ze glimlachen beiden warm en zeggen dan “er straalt zoveel rust van je af nu. Prachtig om dat te zien!”. En daarmee bevestigen ze mij wat B. me al eerder zei.
“Als jij je niet bewust bent van je omgeving ben je zo’n mooie man om naar te kijken. Het is pas als jij je wel bewust bent en je verstopt dat die gloed weggaat. Kom gewoon naar buiten. Je hebt de wereld zoveel moois te bieden en het is zonde als je dat verstopt. Wees jezelf, word jezelf en alles wat jij je maar wenst komt jouw kant op”
Rond mijn dertigste verloor ik vrijwel al mijn zekerheden: mijn baan, mijn vriendin, mijn gezondheid en bijna mijn huis. Het is een lange weg geweest sinds toen en hij verliep niet zonder incidenten. Maar de laatste tijd voel ik soms weer een kracht en een levenslust door me heen stromen die ik lange tijd gemist heb.
Ik zal nooit meer de man worden die ik was. Maar hopelijk is deze nieuwe man die langzaam tevoorschijn komt dichter bij de ziel die ooit in mijn lijf op deze wereld werd gezet.
Dat is mijn weg.
Is het toeval dat juist nu “Here comes the sun” van The Beatles op de playlist voorbij komt?





Laatste reacties